Huren versus kopen: een structurele verschuiving die de vraag naar appartementen in de VS bevordert
Een recent artikel in The Economist stelt op overtuigende wijze dat huren niet langer een compromis voor de korte termijn is, maar in veel ontwikkelde landen, met name in de VS, steeds vaker de financieel rationele keuze wordt.
Na een decennium van bijzonder lage rentetarieven die het kopen van een huis bevorderden, is de situatie nu omgekeerd. Door de hogere hypotheekrente liggen de totale maandelijkse kosten voor het kopen van een huis in de V.S. nu honderden dollars hoger dan die voor huren, en in de grote steden zelfs nog veel meer. Zelfs met bescheiden renteverlagingen blijven de kosten voor langlopende leningen hoog, waardoor het kopen van een huis moeilijk betaalbaar blijft.
Het artikel vecht ook de reeds lang geldende aanname aan: dat huren “geld weggooien” is. Historisch onderzoek toont aan dat huurders die hun besparingen uit lagere maandelijkse woonlasten investeren, qua vermogensopbouw kunnen tippen aan huiseigenaren, of zelfs beter presteren, afhankelijk van de markt en de timing.
Ten aanzien van de vraag naar huurwoningen in de V.S. is van belang dat:
- Langdurig hogere hypotheekrentes houden huishoudens in de huurmarkt
- Stijgende huizenprijzen beperken de betaalbaarheid voor kopers
- Flexibiliteit in levensstijl weegt steeds zwaarder dan het verlangen naar eigenwoningbezit
- Regelgeving voor verhuurders ontmoedigt nieuw aanbod van koopwoningen, wat indirect de vraag naar huurwoningen ondersteunt
Hoewel emotionele en levensstijlfactoren sommige huishoudens altijd zullen aanzetten tot kopen, geldt het financiële argument voor huur versus koop nu voor alle inkomensniveaus en leeftijdsgroepen. Zonder een scherpe daling van de huizenprijzen of de langetermijnrente zal huren waarschijnlijk de standaardoptie blijven voor veel Amerikanen.
Conclusie: dit is geen cyclische dip, maar lijkt meer op een structurele meevaller voor appartementen in de VS.
Bekijk het volledige artikel in The Economist hier.